dinsdag 28 februari 2012

AFST. De eerste krabbeltjes

Noorse/Scandinavische mythologie

De attractie wordt gebaseerd op scandinavische/noorse mythologie. In de noorse mythologie bestonden er negen werelden, of een soort dimensies. Deze waren verbonden met elkaar door de levensboom Yggdrasil.
Boven
- Asgard (Aesir, de goden)
- Vanaheim (Vanir)
- Alfheim (Alfar/elven)
Midden
- Midgard (mensen)
- Jotunheim (Jotnar/reuzen)
- Svartalfheim (zwarte elven)
- Nidavellir (dwergen)
Onder
- Muspell (wereld van vuur)
- Niflhel/Helheim (wereld van ijs en mist, de onderwereld, wordt geregeerd door de reuzin Hel)
De reis
Elke viking droomt van een heroische dood, om zo Walhalla binnen te mogen. Maar wat gebeurde er als je dat niet verdiende? De bezoekers zijn dus de vikingen die net gestorven zijn.
De groep vikingen begint bij de top: Asgard, de wereld van de goden. De boot gaat richting Walhalla, het doel van ieders leven. Op het laatste moment gaat dat alleen niet door! De boot swengt af naar een donkere inham, richting de volgende wereld. Deze vikingen verdienen het niet om Walhalla te betreden, op naar Hel.

Na de inham komen de vikingen in Vanaheim, een volk nauwverwant aan de goden. De wereld lijkt veel op die van de goden, maar is meer overgenomen door de natuur. De Vanir zijn wat afstandelijk, maar krachtige strijders.
De vikingen belanden dan in Alfheim, het land van de elven. Een dicht bebost gebied. De elven zijn nauw verbonden met de goden, en dat is ook te zien aan de behuizing.

Dan komen de vikingen in hun wereld, Midgard. Op de kustlijn kunnen ze hun dorpje herkennen, maar niemand kan hun horen.

Jotunheim is een vreemde wereld voor de vikingen, het zijn hun grootste vijanden. De vrouwen zijn verschrikkelijk mooi, maar hebben meerdere goden verraden. Reuzen zijn verder heel onvoorspelbaar, en hun brute reputatie maakt de doorgang door deze wereld er niet leuker op.

Svartalfheim is een duistere wereld. Dit zijn verstoten wezens, die erg schuw en vijandig zijn. Het is er koud en ijzig.

De vikingen kijken vreemd op in Nidavellir, de wereld van de dwergen. Deze wezens stammen af van maden, en de wereld is dus vrij natuurlijk, maar slijmerig, en het stinkt erg. De dikke stinkende dampen zijn ondragelijk.

 
In Muspelheim is de hitte ondragelijk, deze hete felle wereld maakt ademen bijna onmogelijk.

 
Dan belanden de vikingen bij Helheim, de eeuwige verdoemenis tot verveling. Rustig varen ze door de grot, om zo niet opgemerkt te worden door hun mede-verdoemden. De boot kraakt. En alle ogen van de vermoemden zijn op de boot gericht. Langzaam bewegen de doden zich richting de boot. De boot gaat steeds sneller varen, maar de doden gaan ook steeds sneller. De enige uitweg is een rotsspleet aan het einde van de hal; maar de mast is te hoog! Met een hoge snelheid gaat de bood door de rotsspleet, waarbij de mast afbreekt. Vervolgens zitten ze in een hevige stroomversnelling, waarbij de boot alle kanten op botst.

Na de tunnel komen ze uit de bek van de slang bij de wortels van de boom terecht. De vikingen zijn ontstnapt, en nu mogen ze in Yggdrasill wonen.
Ik heb sterke twijfels over het gedeelte in Helheim, misschien toch geen mast? Hmmm nog even over piekeren.
En ja ik weet dat de benen nog niet kloppen.... daar moet ik nog even mee vechten. :(

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen